Specifieke aandachtspunten bij tandzorg op latere leeftijd
Droge mond — de meest voorkomende klacht, vaak door medicatie. Vermindert de natuurlijke bescherming tegen gaatjes aanzienlijk. Wortelcariës — bij teruggetrokken tandvlees komen de tandwortels bloot; wortels hebben geen glazuur en zijn extra gevoelig voor gaatjes. Tandvleesziekte — parodontitis is cumulatief; de schade van jaren onbehandelde tandvleesziekte manifesteert zich op latere leeftijd. Tandslijtage — decennia van kauwen, knarsen en erosie leiden tot afgesleten tanden en glazuurverlies.
Veel ouderen dragen een volledige of gedeeltelijke prothese. Een prothese vereist jaarlijkse controle: de kaak verandert geleidelijk van vorm (botafbraak), waardoor de prothese minder goed past. Een slechtzittende prothese veroorzaakt drukkplekken, wonden en eetproblemen. De tandarts kan de prothese opvullen (rebasing) of een nieuwe aanmaken.
Veel ouderen stoppen met tandartsbezoeken, zeker na het verlies van alle tanden. Dit is onverstandig: ook met een volledig kunstgebit is een jaarlijkse controle van het mondweefsel belangrijk. De tandarts controleert op mondkanker, schimmelinfecties en de pasvorm van de prothese. Mondkanker komt vaker voor boven de 50 en wordt beter behandeld bij vroege detectie.
Gebruik een hooggedoseerde fluoride tandpasta (5000 ppm, op voorschrift) bij wortelcariës. Drink voldoende water tegen droge mond. Reinig protheses dagelijks. Meld medicatiewijzigingen aan uw tandarts. Overweeg een elektrische tandenborstel als de handfunctie afneemt. Bij verminderde mobiliteit: informeer naar tandartsen die aan huis komen.
🦷 Tandarts zoeken? Vind een tandarts bij u in de buurt →