Soorten, werking en veiligheid
Bij de meeste tandheelkundige behandelingen wordt lokale anesthesie toegepast. De tandarts injecteert een verdovingsmiddel (meestal lidocaïne of articaïne) in het tandvlees nabij de te behandelen tand. Binnen 2-5 minuten is het gebied gevoelloos. U bent volledig bij bewustzijn maar voelt geen pijn — enkel druk en trillingen.
De verdoving houdt 1 tot 3 uur aan, afhankelijk van het type middel en de locatie. De onderlip en tong kunnen langer verdoofd blijven dan de boventanden. Eet en drink pas wanneer het gevoel volledig is teruggekeerd — u kunt anders onbewust op uw lip of wang bijten.
De meest gevreesde stap voor veel patiënten. Moderne tandartsen gebruiken technieken om de prik te minimaliseren: een oppervlakte-verdoving (gel of spray) op het tandvlees vóór de injectie, een extra dunne naald, langzaam inspuiten en afleidingstechnieken. Sommige praktijken gebruiken een computergestuurde verdoving (The Wand/STA) die de druk en snelheid automatisch regelt.
Lokale verdoving is zeer veilig. Bijwerkingen zijn zeldzaam en meestal mild: een versnelde hartslag (door de adrenaline in het verdovingsmiddel), tijdelijk trillen of een verdoofd gevoel dat langer aanhoudt. Echte allergieën voor lokale anesthetica zijn uiterst zeldzaam (minder dan 1%). Bij een bekende allergie informeert de tandarts naar het exacte middel en schakelt over op een alternatief.
Bij angst voor de prik of de verdoving: lachgassedatie ontspant u vóór en tijdens de injectie. Sommige kleine behandelingen (oppervlakkige vullingen, gebitsreiniging) kunnen zonder verdoving worden uitgevoerd. Bespreek uw voorkeur met de tandarts.
🦷 Bang voor de tandarts? Lees onze tips bij tandartsangst →